Verslag online seminar ‘Zin en onzin over bodembestanddelen’

Op 26 maart 2019 vond het online seminar over (on)winbare bodembestanddelen bij onteigening plaats. Bas ten Kate heeft aan de hand van een overzicht van de rechtspraak besproken in hoeverre de onteigende partij aanspraak kan maken op een vergoeding wegens de voordelen van vrijkomende bodembestanddelen.

Online seminar gemist?

Hebt u het gemist en wilt u de presentatie terugkijken of nalezen? Neem dan contact met ons op voor de sheets en de terugkijklink.

Veel gestelde vragen

Gedurende het online seminar kon u via de chat vragen stellen aan Carola van Andel en Jessica de Roos. Veel deelnemers hebben van deze gelegenheid gebruik gemaakt en enkele gestelde vragen komen hieronder aan bod.

Bodembestanddelen en complexbenadering

Aan de hand van arresten uit 1963, 2004 en 2018 kwam de complexbenadering bij bodembestanddelen aan de orde. Over de toepassing en de omvang van het complex zijn vragen gesteld. Bij de berekening van het voordeel dat aan de onteigende toekomt wegens vrijkomende bodembestanddelen kan het egalisatiebeginsel een belangrijke rol spelen. De vraag is dan of het voordeel moet worden berekend als een gemiddelde over het totale complex, of dat het gaat om uitsluitend de bodembestanddelen die zijn vrijgekomen uit hetgeen is onteigend. Bij het bepalen van de vergoeding moet worden uitgegaan van het gemiddelde over alle in het complex begrepen gronden, tenzij zich binnen het complex grote verschillen in de samenstelling van de bodem voordoen. Wat wel en niet gerekend kan worden tot het complex (de als één geheel in exploitatie gebrachte of te brengen zaken) is een tamelijk feitelijke kwestie en zal afhangen van de omstandigheden van het specifieke geval.

Vergoeding bij minnelijke overeenstemming

Verder werd de vraag gesteld of een eigenaar waarmee minnelijk overeenstemming is bereikt aanspraak kan maken op een vergoeding indien achteraf blijkt dat sprake is van voordeel wegens vrijkomende bodembestanddelen. Dat is in beginsel niet het geval, indien dat niet uitdrukkelijk is overeengekomen, bijvoorbeeld met een nabetalingsclausule. Daarop bestaan vanzelfsprekend wel uitzonderingen, bijvoorbeeld indien sprake is geweest van een onjuiste voorstelling van zaken ten tijde van het sluiten van de overeenkomst.

Vergoeding voor de pachter?

Tijdens het seminar kwam ook het arrest Staat/Amev (HR 12 juli 2002, NJ 2003/163) aan de orde. Een deelnemer vroeg zich af of ook de pachter aanspraak heeft op een vergoeding wegens vrijkomende bodembestanddelen. Aangezien winning van bodembestanddelen in beginsel alleen met goedvinden van de pachter mogelijk is en een pachter daarvoor allicht een vergoeding zal verlangen, is dat geen vreemde gedachte. Toch oordeelde de Hoge Raad in voornoemd arrest dat de pachter geen aanspraak heeft op een vergoeding voor vrijkomende bodembestanddelen. Daartoe overwoog de Hoge Raad dat enerzijds de aan de pachter toe te kennen schadeloosstelling geen invloed van de bijzondere geschiktheid ondervindt en anderzijds de aan de onteigende toe te kennen vergoeding voor de meerwaarde behoort te worden begroot zonder rekening te houden met de verpachting.

MEER INFORMATIE?

Voor meer informatie over dit onderwerp of andere vragen over grondverwerving kunt u contact opnemen met Bas ten Kate of één van onze andere onteigeningsadvocaten (+31 (0)88 752 02 37 / grondverwerving@nysingh.nl)

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *