Verslag online seminar Aanvullingswet grondeigendom

Op 12 februari 2019 vond ons online seminar plaats over het wetsvoorstel Aanvullingswet grondeigendom. Dit wetsvoorstel voorziet in een fundamentele wijziging van de huidige onteigeningssystematiek. Dit wetsvoorstel regelt de instrumenten voorkeursrecht, onteigening, landinrichting, kavelruil en kostenverhaal.

Tijdens het online seminar hebben Jessica de Roos en Carola van Andel de nieuwe onteigeningsprocedure toegelicht. Aan de andere grondbeleidsinstrumenten besteden we op een later moment aandacht, bijvoorbeeld op dit blog en tijdens onze andere bijeenkomsten.

Online seminar gemist?

Wilt u de presentatie terugkijken of nalezen? Neem contact met ons op voor de sheets en de terugkijklink.

Veel gestelde vragen

Gedurende het online seminar kon u via de chat vragen stellen aan Bas ten Kate en Özlem Demirkol. Veel deelnemers hebben van deze gelegenheid gebruik gemaakt en enkele veelgestelde vragen komen hieronder aan bod.

Minnelijk overleg langer?

Het minnelijk overleg ziet er in de toekomst enigszins anders uit dan nu het geval is. De onteigenaar moet onder de Omgevingswet min of meer uitonderhandeld zijn alvorens het bevoegd gezag de onteigeningsbeschikking kan nemen. Op dat moment moet namelijk vast staan dat de onroerende zaak niet (tijdig) minnelijk kan worden verworven en onteigening noodzakelijk is. In de huidige praktijk is voldoende dat het minnelijk overleg voorafgaand aan het onteigeningsverzoek aan de Kroon tot een bepaald stadium gevorderd is. Pas voorafgaand aan het uitbrengen van de dagvaarding moeten partijen min of meer uitonderhandeld zijn. Tijdens het online seminar hebben we met een poll de deelnemers gevraagd naar hun inschatting van de duur van het toekomstige minnelijk overleg. De reacties waren gemengd, maar meer dan de helft verwacht dat de duur van het minnelijk overleg gelijk blijft.

Een opvallend punt in de nieuwe onteigeningsprocedure is verder dat de bestuursrechter in de bekrachtigingsprocedure ex nunc toetst of de onteigening noodzakelijk is. Hierbij weegt het (voortgezette) minnelijk overleg mee. Dit betekent dat in veel gevallen dooronderhandelen noodzakelijk is.

Vaker naar de Afdeling dan naar de Hoge Raad?

Verder is tijdens het seminar besproken dat in de toekomstige situatie na een bekrachtigingsprocedure bij de rechtbank hoger beroep tegen de bekrachtigde onteigeningsbeschikking mogelijk is bij de Afdeling bestuursrechtspraak bij de Raad van State. De bekrachtigingsprocedure is in het wetsvoorstel Aanvullingswet grondeigendom opgenomen vanwege eerdere kritiek op het ontbreken van een noodzakelijke rechterlijke tussenkomst bij onteigening. Nu in het bestuursrecht geen verplichte procesvertegenwoordiging geldt en de Aanvullingswet grondeigendom voorziet in een kostenvergoeding voor het hoger beroep, is het onze verwachting dat in de toekomst de Afdeling veel vaker zal gaan oordelen over de onteigening dan de Hoge Raad op dit moment. Het huidige systeem vergoedt de kosten gemoeid met een cassatieprocedure namelijk niet.

Ook over dit punt hebben we de deelnemers met een poll bevraagd. Uitkomst is dat 83% zich aansluit bij de stelling dat onder de Omgevingswet de onteigening vaker wordt voorgelegd aan de Afdeling dan op dit moment aan de Hoge Raad.

 

Rol Corporate Dienst

Verschillende vragen gingen over de toekomstige invulling van de huidige rol van de Corporate Dienst van Rijkswaterstaat. Wie toetst in de toekomst bijvoorbeeld de onteigeningsdossiers? Is nog ruimte voor het zogeheten vooroverleg? Het wetsvoorstel Aanvullingswet grondeigendom besteed hier helaas geen aandacht aan. In de eerdere consultatieversie werd nog beoogd om een adviescommissie in het leven te roepen die het bestuursorgaan zou adviseren voorafgaand aan de onteigeningsbeschikking. De praktijk ging er wel vanuit dat deze adviescommissie de rol van de Corporate Dienst deels zou gaan vervullen. Deze constructie zien we in het aangepaste wetsvoorstel echter niet langer terug.

Een van de deelnemers vroeg zich bijvoorbeeld nog af of bij de rechtbanken de behandeling van onteigeningszaken wordt gecentraliseerd. Op die manier zou één lijn gewaarborgd kunnen worden, vergelijkbaar met de Corporate Dienst nu. Het wetsvoorstel voorziet hier niet in. Uitgangspunt is juist dat rechthebbenden terecht kunnen bij de rechtbank binnen hun eigen arrondissement. Op dit moment worden binnen de verschillende arrondissementen grondzaken (inclusief onteigeningsprocedures) al toebedeeld aan een vooraf vastgestelde zittingsplaats. Voor het overige streeft de rechtspraak op de gebruikelijke wijze naar eenheid, met als hoogste rechtscolleges de Afdeling en de Hoge Raad. Linksom of rechtsom blijft in de toekomst natuurlijk behoefte bestaan aan ruggespraak over (de opbouw van) onteigeningsdossiers. Mogelijk dat hier bij de parlementaire behandeling nog aandacht voor is.

MEER INFORMATIE?

Voor meer informatie over dit onderwerp of andere vragen over grondverwerving kunt u contact opnemen met Carola van Andel, onteigeningsadvocaat, (t: +31 (0)6 13 00 45 93 of e: carola.vanandel@nysingh.nl) of Jessica de Roos, onteigeningsadvocaat, (t: +31 (0)6 51 38 50 02 of e: jessica.deroos@nysingh.nl).

 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *