Koninklijke Besluiten gepubliceerd in oktober 2020

Een mooie en duidelijke overweging van de Kroon deze maand over de vraag of de verzoeker om onteigening verplicht inzage moet geven in het taxatierapport. Nee, is (opnieuw) het antwoord van de Kroon. Het taxatierapport is bestemd voor de verzoeker om onteigening. Het is het gereedschap voor degene die namens onteigenende overheid de onderhandelingen voert. Vanzelfsprekend moet het aanbod in het minnelijk overleg worden toegelicht en onderbouwd, maar dat betekent niet dat verstrekken van het taxatierapport verplicht is. Verder aandacht voor aankoop van het geheel, over- en ondermaat bepalingen in de koopovereenkomst ter voorkoming van onteigening en een eventuele alternatieve wijze van planuitvoering.

KB’s in oktober

In oktober zijn de volgende drie Koninklijke Besluiten gepubliceerd:

  • Besluit van 14 september 2020, 2020001866 tot aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening in de gemeente Barendrecht krachtens artikel 78 van de onteigeningswet (onteigeningsplan Zuidpolder fase 2.1)
  • Besluit van 14 september 2020, 2020001868 tot aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening in de gemeente Maasdriel krachtens artikel 78 van de onteigeningswet (onteigeningsplan N831 Velddriel – Alemse Stoep)
  • Besluit van 14 september 2020, 2020001867 tot aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening in de gemeente Emmen krachtens artikel 78 van de onteigeningswet (onteigeningsplan Reconstructie N391 aansluiting Emmerweg (Emmerschans))
Aankoop van volledige onroerende zaak

Tegen het ontwerp KB Zuidpolder hebben reclamanten ingebracht dat de onteigening hen onevenredig zwaar treft. Ten eerste zou het perceel door de onteigening een ongebruikelijke vorm krijgen. Daarnaast voert reclamant aan dat het perceel na onteigening volledig omringd wordt door natuur wat tot wildschade zou leiden. Deze aspecten maken het volgens reclamant haast onmogelijk om de agrarische bedrijfsvoering op de overgebleven grond voort te zetten. Daarom hebben reclamanten verzoeker (hierna: de gemeente) verzocht om de gehele onroerende zaak aan te kopen. Hiertoe was de gemeente aanvankelijk in 2002 ook wel bereid. Recent heeft de gemeente aangegeven thans niet over voldoende financiële middelen te beschikken om het geheel aan te kopen. Reclamant voert aan dat de gemeente in 2018 wel een ander bedrijf volledig heeft aangekocht. Het is reclamant daarom onduidelijk waarom verzoeker zijn hele onroerende zaak niet kan aankopen. Hiermee lijkt de reclamant een beroep op het gelijkheidsbeginsel te doen, al wordt dit niet met zoveel woorden naar voren gebracht.

De Kroon overweegt dat de aankoop van overige gedeelten dan wel gehele aankoop van de betrokken onroerende zaken in het minnelijke overleg een rol kunnen spelen. In dit geval heeft de gemeente de wens van algehele aankoop onderzocht. Tevens heeft de gemeente gemotiveerd kenbaar gemaakt hier niet toe bereid te zijn. De beweegredenen waarom de gemeente in het verleden wel bereid was het gehele bedrijf van reclamanten aan te kopen staan de Kroon in de administratieve onteigeningsprocedure niet ter beoordeling. Dit geldt tevens voor de vraag waarom de gemeente met een andere partij wel overeenstemming heeft bereikt om diens gehele bedrijf aan te kopen.

Reclamant zal deze aspecten in de gerechtelijke onteigeningsprocedure naar voren moeten brengen. De onteigeningsrechter zal zich in ieder geval uit moeten laten over de omvang van de waardevermindering van het overblijvende en de inkomensschade die deze onteigening met zich brengt. Het staat reclamant dan vrij om tegen de restwaarde het overblijvende aan een derde te verkopen.

Over- ondermaat bepaling in koopovereenkomst

Een reclamant brengt tegen het (ontwerp) KB Velddriel – Alemse Stoep in dat met verzoeker (hierna: de provincie) overeenstemming is bereikt. Over de koopsom zijn partijen het eens. Daarentegen wil de provincie volgens reclamant eenzijdige nieuwe voorwaarden en condities opnemen in de koopovereenkomst over de aan te kopen oppervlakte. Reclamant is meent daardoor dat de provincie meer grond wil aankopen dan de oppervlakte waarover onderhandeld is.

De Kroon stelt vast dat het hier gaat over de verrekening van over- of ondermaat na definitieve inmeting door het Kadaster. Allereerst overweegt de Kroon dat de voorwaarden die partijen in de koopovereenkomst opnemen hier niet ter beoordeling staan. Verder merkt de Kroon op dat het niet ongebruikelijk is om een dergelijke bepaling in een koopovereenkomst op te nemen. Een dergelijke bepaling laat echter onverlet dat de grondplantekening bepalend is voor de ter onteigening aan te wijzen oppervlakte. Uit de grondplantekening en de daarbij behorende onteigeningslijst volgt duidelijk welk deel van het perceel noodzakelijk is.

Inzage in taxatierapport bij onteigening

Tegen het ontwerp KB Velddriel – Alemse Stoep heeft een andere reclamant aangevoerd dat de provincie hem geen inzage heeft verschaft in het taxatierapport bij onteigening. Reclamant had daar wel om heeft gevraagd. Hierdoor zou reclamant geen onderbouwing van het aanbod hebben gekregen.

Ten eerste merkt de Kroon op dat de provincie kenbaar heeft gemaakt het taxatierapport niet aan reclamant te zullen toezenden in verband met haar werkwijze. Verder overweegt de Kroon dat het taxatierapport is bestemd voor de verzoeker om onteigening. Het is het gereedschap voor degene die namens de provincie de onderhandelingen voert. De onteigeningswet verplicht een verzoeker dan ook niet tot het verschaffen van inzage in het taxatierapport. Tot slot oordeelt de Kroon dat gedurende het minnelijk overleg op meerdere momenten inhoudelijk en tot in detail is gesproken en gediscussieerd over de door de provincie uitgebrachte biedingen. Daarbij zijn de bedragen uit het taxatierapport besproken met reclamant en toegelicht. De Kroon kan reclamant dan ook niet volgen in zijn stelling dat de uitgebrachte aanbiedingen niet zijn onderbouwd.

Alternatieve wijze van planuitvoering

Een derde reclamant tegen het ontwerp KB Velddriel – Alemse Stoep vergelijkt zijn perceel met andere in de onteigening betrokken percelen. Hij vraagt zich af waarom de op die andere percelen alternatieven mogelijk zijn. Van die percelen is een kleinere oppervlakte noodzakelijk, in tegenstelling tot zijn perceel.

De Kroon overweegt dat de provincie bij andere percelen (in overleg met die eigenaren) gekozen heeft om de ter plaatse geplande sloot langs het fietspad te vervangen door een duiker en een goot. Deze alternatieve wijze van planuitvoering is ter plaatse mogelijk, omdat de lengte daarvan beperkt is. De provincie heeft aangegeven dat een vergelijkbare alternatieve wijze van planuitvoering op het perceel van reclamant niet wenselijk is. Dit komt door de grotere lengte die daar met een duiker overbrugd zou moeten worden. Bovendien wordt het perceel van reclamant agrarisch gebruikt, waarbij de watergang een ontwaterende en water afvoerende functie heeft. Tot slot merkt de Kroon op dat dit punt ook niet door de reclamant aan de orde is gesteld tijdens het minnelijk overleg. De Kroon ziet dan ook geen aanleiding de gronden van reclamant niet ter onteigening aan te wijzen.

MEER LEZEN OVER RECENT GEPUBLICEERDE KB’S

Koninklijk Besluit gepubliceerd in september 2020

Koninklijke Besluiten gepubliceerd in augustus 2020

MEER INFORMATIE?

Voor meer informatie over inzet van het onteigeningsinstrument, de onteigeningsprocedure, minnelijk overleg of andere vragen over grondverwerving kunt u contact opnemen met Carola van Andel, onteigeningsadvocaat, (t: +31 (0)6 13 00 45 93 of e: carola.vanandel@nysingh.nl) of een andere specialist van ons Team Grondzaken.

 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *