Overdraai windturbine: zo hoog geen toestemming nodig?

Als een windturbine op meer dan 60 meter hoogte overdraait, is dan nog wel sprake van inbreuk op het eigendomsrecht van de grondeigenaar? En heeft die dan een gerechtvaardigd belang om zich daartegen te verzetten? In een spoed kort geding heeft het Hof Amsterdam in hoger beroep over deze en andere vragen geoordeeld bij arrest van 11 augustus 2020 (ECLI:NL:GHAMS:2020:2252).

Wat was er aan de hand?

Vattenfall realiseert het Windpark Wieringermeer. In 2015 is een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een windturbine, waarvan de mast is geprojecteerd op perceel A, maar waarvan de rotorbladen tevens boven perceel B zullen overdraaien. Vattenfall heeft de eigenaar van perceel B de standaard RVOB-vergoeding aangeboden voor een erfdienstbaarheid, maar daarmee is de grondeigenaar niet akkoord gegaan. De grondeigenaar heeft beroep ingesteld tegen de omgevingsvergunning en aangegeven dat hij geen toestemming geeft voor de overdraai. De Afdeling overwoog dat een privaatrechtelijke belemmering pas aan de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan in de weg staat, indien die belemmering een evident karakter heeft. Dat was in dit geval niet zo, aangezien aannemelijk was gemaakt dat ook zonder overeenstemming het inpassingsplan uitvoerbaar is gelet op de bevoegdheid om een gedoogplicht op te leggen.

Op 20 april 2020 heeft Vattenfall aangekondigd op 4 mei 2020 te zullen starten met de bouw van de windturbine. Daarop is de grondeigenaar een spoed kort geding gestart. De voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Holland heeft bij vonnis van 8 juni 2020 (ECLI:NL:RBNHO:2020:4184) Vattenfall verboden inbreuk te maken op het eigendomsrecht van deze grondeigenaar door de windturbine af te bouwen voor zover dit overdraai op perceel B tot gevolg zal hebben. 

Eigendomsrecht en gebruik van ruimte boven perceel

Met de bouw van de windturbine zou volgens Vattenfall geen inbreuk worden gemaakt op het eigendomsrecht. Met de bouw is nog geen sprake van overdraai, maar wordt slechts mogelijk dat de rotorbladen overdraaien. Bovendien zou de luchtkolom boven het perceel geen onderdeel uitmaken van het eigendomsrecht, maar heeft de grondeigenaar daar enkel een gebruiksrecht. Het hof gaat daarin niet mee en stelt voorop dat de bevoegdheid van de eigenaar van de grond om deze te gebruiken, de bevoegdheid omvat tot gebruik van de ruimte boven en onder de oppervlakte (artikel 5:21 lid 1 BW). Dit betreft een exclusieve gebruiksbevoegdheid en maakt onderdeel uit van het eigendomsrecht. Voor zover Vattenfall bedoelt te betogen dat voor wat betreft de omvang van het eigendomsrecht onderscheid moet worden gemaakt tussen de eigendom van de grond enerzijds en het exclusieve gebruiksrecht ten aanzien van de ruimte erboven en eronder anderzijds, volgt het hof Vattenfall daarin dan ook niet.

Geen belang bij verzet ingevolge artikel 5:21 lid 2 BW?

Met een beroep op artikel 5:21 lid 2 BW stelde Vattenfall dat de grondeigenaar geen belang had om zich tegen de overdraai te verzetten, aangezien de rotorbladen op meer dan 60 meter boven het perceel overdraaien. Bovendien zouden op dat perceel publiek- en privaatrechtelijke belemmeringen gelden en mogen slechts agrarische activiteiten worden ontwikkeld. De grondeigenaar had echter gemotiveerd uiteengezet dat hij wel degelijk belang heeft en waaruit dat bestaat. Vattenfall, aan wie het is om voldoende aannemelijk te maken dat de grondeigenaar geen belang heeft, heeft daar te weinig tegenover gesteld, aldus het hof. Dat de rotorbladen 60 meter boven de grond draaien, betekent niet zonder meer dat geen slagschaduw en neerslag en daarmee gepaard gaande hinder en financiële nadelen zullen worden ondervonden. Verder zijn de publiekrechtelijke en privaatrechtelijke beperkingen ten aanzien van het perceel niet van dien aard, dat de grondeigenaar hoe dan ook al niet veel met zijn perceel zal kunnen ondernemen.

Geen rechtvaardigingsgrond in algemeen belang

Vattenfall stelde verder dat er een rechtvaardigingsgrond bestaat voor de inbreuk, nu het gaat om een openbaar werk van algemeen nut. Op grond van zwaarwegende maatschappelijke belangen heeft de grondeigenaar onrechtmatig handelen te dulden. Het hof gaat daarin niet mee. Dat het publiekrechtelijk is toegestaan om de windturbine te plaatsen, is geen rechtvaardigingsgrond voor de inbreuk. Er is toestemming van de grondeigenaar nodig of er moet een gedoogplicht worden opgelegd. Niet valt in te zien op grond waarvan de grondeigenaar de met waarborgen omklede rechtsgang van de gedoogplichtprocedure zou moeten worden ontzegd. Het is ook onvoldoende aannemelijk gemaakt dat bij plaatsing van de windturbine op de locatie een zwaarwegend maatschappelijk belang bestaat. Indien de windturbine al als openbaar werk van algemeen nut moet worden aangemerkt, levert die enkele kwalificatie geen zwaarwegend maatschappelijk belang op. Dat wordt niet anders doordat de windturbine deel uitmaakt van het Windpark Wieringermeer, temeer niet nu Vattenfall onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de windturbine juist op die plaats moet staan. Het is uiteindelijk Vattenfall geweest die ‘de meest geschikte variant voor de exacte locaties van de windturbines heeft geselecteerd’, hetgeen impliceert dat er alternatieven zijn, zoals ook steeds door grondeigenaar is betoogd, aldus nog steeds het hof.

Geen misbruik van recht

Ter zake van het betoog dat de grondeigenaar misbruik zou maken zijn eigendomsrecht overweegt het hof dat deze eigenaar belang heeft bij zijn verzet tegen de overdraai, dat een rechtvaardigingsgrond voor de inbreuk ontbreekt en dat er geen zwaarwegend maatschappelijk belang is dat maakt dat hij de inbreuk op zijn eigendomsrecht moet dulden. Bij die stand van zaken valt niet in te zien hoe de grondeigenaar misbruik van recht zou maken.

Belangenafweging

Vattenfall stelde nog dat de belangen van de grondeigenaar niet opwegen tegen haar belangen. De financiële gevolgen zijn volgens haar enorm indien zij de windturbine niet op tijd kan afbouwen en operatief kan maken. Dan zou zij de SDE-subsidie van ruim zeven miljoen euro waarschijnlijk mislopen, extra kraankosten moeten maken en energieopbrengsten van ten minste € 40.000,- per maand mislopen. De grondeigenaar heeft de omvang van de financiële gevolgen betwist. Naar het oordeel van het hof heeft Vattenfall deze omvang niet of nauwelijks onderbouwd. Maar wat daar ook van zij, de grondeigenaar heeft er terecht op gewezen dat Vattenfall zichzelf in deze positie heeft gebracht, door de afgelopen jaren niet dan wel onvoldoende te trachten overeenstemming te bereiken dan wel een gedoogplichtprocedure te starten, terwijl zij al in ieder geval vanaf 2015 wist dat deze grondeigenaar geen toestemming gaf. Bij die stand van zaken wegen de belangen van Vattenfall niet op tegen de belangen van de grondeigenaar, aldus het hof.

Slotsom

Het hof laat het vonnis van de voorzieningenrechter in eerste aanleg in stand en daarmee het verbod voor Vattenfall om de windturbine af te bouwen voor zover dat overdraai op het perceel van deze grondeigenaar veroorzaakt.

De grondeigenaar werd door Nysingh bijgestaan in hoger beroep.

Meer weten?

Wilt u meer weten over de gedoogplichten of grondverwerving? Neem dan contact op met Jessica de Roos (t: +31 (0)6 51 38 50 02 of e: jessica.deroos@nysingh.nl) of één van onze andere specialisten.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *