Geen zelfrealisatie Hedwigepolder

Op 5 januari 2017 heeft de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2018:7) bepaald dat de rechtbank Zeeland-West-Brabant terecht in 2016 de vervroegde onteigening van de Hedwigepolder heeft uitgesproken.

In cassatie stond onder meer centraal het oordeel van de Kroon dat het beroep op zelfrealisatie van de eigenaar niet kon slagen. De rechtbank had geconcludeerd dat de Kroon in redelijkheid tot dit oordeel heeft kunnen komen.

De Hoge Raad geeft aan dat de Kroon reeds op grond van de bijzondere aard en achtergrond van de Hedwigepolder als werk waarvoor onteigend wordt aan het beroep op zelfrealisatie van de eigenaar voorbij kon gaan. Deze bijzondere aard en achtergrond zitten in de grootschaligheid van het infrastructurele werk en het langdurige integrale beheer hiervan. Hierbij is van belang dat onderdeel van het werk waterkeringen betreffen waarmee de openbare veiligheid is gemoeid.

Alleen volle eigendom

De bereidheid van de eigenaar om een samenwerkingsoverovereenkomst aan te gaan en gronden te ruilen, indien de samenwerkende overheden zouden vasthouden aan de eis dat bepaalde waterstaatkundige werken overheidseigendom zouden moeten zijn, maakt het voorgaande niet anders. De bereidheid om met de Staat afspraken over het beheer te maken evenmin. De Hoge Raad oordeelt:

“Gelet op de bijzondere aard en achtergrond van het werk, kon de Kroon in redelijkheid tot het oordeel komen dat alleen volle eigendom van en daarmee volledige zeggenschap over de gronden die deel uitmaken van het plangebied, waarborgt dat de belangen die zijn gemoeid met het realiseren van de beoogde infrastructurele werken en het integrale beheer van het aldus te creëren natuurgebied, voldoende tot hun recht (zullen blijven) komen.”

De Hoge Raad geeft ten overvloede aan dat de Staat er in het kader van het minnelijk overleg beter aan had gedaan om van meet af aan de eigenaar voor te houden dat vanwege het bijzondere karakter van het werk zelfrealisatie in het geheel niet tot de mogelijkheden behoort en dat het daarom niet zinvol was daarover te overleggen.

Eeuwigdurend erfpacht geen alternatief

Tot slot geeft de Hoge Raad aan dat het door de eigenaar geopperde eeuwigdurend recht van erfpacht geen alternatief voor onteigening is. Daargelaten dat dit alternatief pas na het KB door de eigenaar naar voren is gebracht, maakt de hiervoor toegelichte bijzondere aard en achtergrond van het werk dat de Staat aan dit alternatief voorbij kon gaan.

In het recente KB Groenzoom komt de Kroon eveneens tot de conclusie dat een recht van erfpacht geen alternatief is voor onteigening. Meer hierover leest u in de bijdrage ‘Geen zelfrealisatie door uitgifte in erfpacht’.

Meer over de onteigening van de Hedwigepolder:

 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.