Eliminatie en bouwrijp maken

Dient de waardevermeerdering die het onteigende heeft ondergaan doordat omringende gronden reeds bouwrijp zijn gemaakt aan de eigenaar vergoed te worden? Deze vraag stond in het arrest van de Hoge Raad van 31 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:544 (Uden) centraal.

Rechtbank

De rechtbank meende in navolging van de door haar benoemde deskundigen dat dit niet het geval was. Zij meende dat het al bouwrijp zijn van de omliggende gronden op grond van art. 40c Ow bij het bepalen van de waarde van het onteigende moest worden weggedacht, omdat dit bouwrijp maken was geschied ter realisering van het plan waarvoor onteigend is. De uitspraak dateert van 21 oktober 2015 en was dus gewezen voordat de eliminatiearresten van 15 januari 2016 verschenen (zie hierover onder meer dit eerdere artikel). Onzeker was daarom of het oordeel van de rechtbank door de Hoge Raad in stand zou worden gelaten. Het plan waarvoor onteigend was had immers geen betrekking op een overheidswerk en zou daarom volgens de arresten van 15 januari 2016 niet geëlimineerd moeten worden.

Hoge Raad

De Hoge Raad overweegt dat het bouwrijp maken van de grond door de overheid is geschied en daarom is aan te merken als een ‘overheidswerk’ dat in verband staat met (het plan voor) het werk waarvoor wordt onteigend (art. 40c, aanhef en onder 2e en 3e Ow). Bij de bepaling van de schadeloosstelling dient daarom geen rekening te worden gehouden met de voordelen of nadelen die door dit bouwrijp maken zijn teweeggebracht. Dat de aan die omliggende gronden gegeven bestemming uiteindelijk wordt gerealiseerd door een andere partij dan de overheid maakt dit niet anders.

Waarnemend Advocaat-Generaal J.C. van Oven had ook in deze zin geadviseerd en merkte op dat de redelijkheid waarop de eliminatieleer stoelt, ervoor pleit om de onteigende niet te laten profiteren van de plannen voor overheidswerken die een complex geschikt moeten maken voor ontwikkeling conform het bestemmingsplan, ongeacht of de bebouwing al of niet door de overheid tot stand zal worden gebracht.

De gemeente werd in cassatie bijgestaan door mr. Scheltema en in de feitelijke instantie door Nysingh.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *